Gebeden voor Israël - Stichting Jaffa-project Nederland

    Here!
  • Home
  • Gebeden voor Israël

Psalm 20

1.Voor de koorleider. Een psalm van David.

[2] Moge de HEER u antwoorden in dagen van nooden de naam van Jakobs God u beschermen,

[3] moge Hij hulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion u bijstaan.

[4] Moge Hij al uw gaven gedenken,uw brandoffers welwillend aanvaarden. sela

[5] Moge Hij geven wat uw hart verlangt,en al uw plannen doen slagen.

[6] Laat ons juichen om uw overwinning, het vaandel heffen, in de naam van onze God. Moge de HEER al uw wensen vervullen.

[7] Nu weet ik zeker: de HEER schenkt de overwinning aan zijn gezalfde, Hij antwoordt hem uit zijn heilige hemelmet de overwinning door zijn machtige hand.

[8] Anderen vertrouwen op paarden en wagens, wij op de naam van de HEER, onze God.

[9] Anderen buigen en vallen ter aarde, wij richten ons op en houden stand.

[10] HEER, schenk de koning de overwinning, antwoord ons wanneer wij U aanroepen.

 

 
 
 
 

Psalm 83

1Een lied, een psalm van Asaf.

[2] God, houd u niet stil, zwijg niet, God, zie niet lijdzaam toe.

[3] Uw vijanden roeren zich, trots heffen uw haters het hoofd.

[4] Tegen uw volk smeden zij een complot, ze spannen tegen uw lieveling samen

[5] en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam wordt nooit meer genoemd.’

[6] Zij hebben samen plannen gesmeed en zich tegen U verenigd:

[7] de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de zonen van Hagar, 

[8] Gebal en Ammon en Amalek, Filistea en de bewoners van Tyrus.

[9] Zelfs Assyrië heeft zich aangesloten en de hand gereikt aan de zonen van Lot. sela

[10] Doe met hen als met Midjan, als met Sisera en Jabin in het Kisondal, [11] die bij Endor werden vernietigd en als mest op het land bleven liggen.

[12] Behandel hun vorsten als Oreb en Zeëb, hun leiders als Zebach en Salmunna,

[13] die zeiden: ‘Wij bezetten het land waar God zijn woning heeft.’

[14] Mijn God, maak hen tot distelpluis, tot kaf dat verwaait in de wind.

[15] Zo snel als vuur het bos verbrandt, als vlammen de bergen verschroeien,

[16] laat zo uw storm hen voortjagen, uw wervelwind hen verwarren.

[17] Overdek hen met schande, dan zullen zij vragen naar uw naam, HEER.

[18] Laat hen beschaamd staan, in verwarring raken en eerloos verloren gaan, voorgoed.

[19] Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat U alleen de Allerhoogste bent op aarde.

 

Psalm 121

1.Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp?

[2] Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.

[3] Hij zal je voet niet laten wankelen, Hij zal niet sluimeren, je wachter.

[4] Nee, Hij sluimert niet, Hij slaapt niet, de wachter van Israël.

[5] De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand:

[6] overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden.

[7] De HEER behoedt je voor alle kwaad, Hij waakt over je leven,

[8] de HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid.

 

Psalm 130

1.Een pelgrimslied. Uit de diepte roep ik tot U, HEER,

[2] Heer, hoor mijn stem, wees aandachtig, luister naar mijn roep om genade.

[3] Als U de zonden blijft gedenken, HEER, Heer, wie houdt dan stand?

[4] Maar bij U is vergeving, daarom eert men U met ontzag.

[5] Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar Hem en verlangt naar zijn woord,

[6] mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen.

[7] Israël, hoop op de HEER! Bij de HEER is genade, bij Hem is bevrijding, altijd weer.

[8] Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden. 

Psalm 142

1.Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was. 

[2] Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om genade,

[3] bij Hem stort ik mijn hart uit, bij Hem klaag ik mijn nood.

[4] Ik ben ten einde raad, U kent de weg die ik moet volgen, U weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt.

[5] Ik kijk om me heen en zie niemand die om mij geeft, nergens een toevlucht voor mij, niemand die hecht aan mijn leven.

 

[6] Ik roep tot U, HEER: ‘U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land der levenden.’

[7] Hoor mijn noodkreet, ik ben uitgeput en moe, verlos mij van mijn vervolgers, zij zijn sterker dan ik.

[8] Bevrijd mij uit de kerker, dat ik uw naam mag loven in de kring van de rechtvaardigen: U hebt naar mij omgezien.