Psalm 20
1.Voor de koorleider. Een psalm van David.
[2] Moge de HEER u antwoorden in dagen van nooden de naam van Jakobs God u beschermen,
[3] moge Hij hulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion u bijstaan.
[4] Moge Hij al uw gaven gedenken,uw brandoffers welwillend aanvaarden. sela
[5] Moge Hij geven wat uw hart verlangt,en al uw plannen doen slagen.
[6] Laat ons juichen om uw overwinning, het vaandel heffen, in de naam van onze God. Moge de HEER al uw wensen vervullen.
[7] Nu weet ik zeker: de HEER schenkt de overwinning aan zijn gezalfde, Hij antwoordt hem uit zijn heilige hemelmet de overwinning door zijn machtige hand.
[8] Anderen vertrouwen op paarden en wagens, wij op de naam van de HEER, onze God.
[9] Anderen buigen en vallen ter aarde, wij richten ons op en houden stand.
[10] HEER, schenk de koning de overwinning, antwoord ons wanneer wij U aanroepen.
Psalm 83
1Een lied, een psalm van Asaf.
[2] God, houd u niet stil, zwijg niet, God, zie niet lijdzaam toe.
[3] Uw vijanden roeren zich, trots heffen uw haters het hoofd.
[4] Tegen uw volk smeden zij een complot, ze spannen tegen uw lieveling samen
[5] en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam wordt nooit meer genoemd.’
[6] Zij hebben samen plannen gesmeed en zich tegen U verenigd:
[7] de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de zonen van Hagar,
[8] Gebal en Ammon en Amalek, Filistea en de bewoners van Tyrus.
[9] Zelfs Assyrië heeft zich aangesloten en de hand gereikt aan de zonen van Lot. sela
[10] Doe met hen als met Midjan, als met Sisera en Jabin in het Kisondal, [11] die bij Endor werden vernietigd en als mest op het land bleven liggen.
[12] Behandel hun vorsten als Oreb en Zeëb, hun leiders als Zebach en Salmunna,
[13] die zeiden: ‘Wij bezetten het land waar God zijn woning heeft.’
[14] Mijn God, maak hen tot distelpluis, tot kaf dat verwaait in de wind.
[15] Zo snel als vuur het bos verbrandt, als vlammen de bergen verschroeien,
[16] laat zo uw storm hen voortjagen, uw wervelwind hen verwarren.
[17] Overdek hen met schande, dan zullen zij vragen naar uw naam, HEER.
[18] Laat hen beschaamd staan, in verwarring raken en eerloos verloren gaan, voorgoed.
[19] Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat U alleen de Allerhoogste bent op aarde.
Psalm 121
1.Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp?
[2] Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.
[3] Hij zal je voet niet laten wankelen, Hij zal niet sluimeren, je wachter.
[4] Nee, Hij sluimert niet, Hij slaapt niet, de wachter van Israël.
[5] De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand:
[6] overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden.
[7] De HEER behoedt je voor alle kwaad, Hij waakt over je leven,
[8] de HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid.
Psalm 130
1.Een pelgrimslied. Uit de diepte roep ik tot U, HEER,
[2] Heer, hoor mijn stem, wees aandachtig, luister naar mijn roep om genade.
[3] Als U de zonden blijft gedenken, HEER, Heer, wie houdt dan stand?
[4] Maar bij U is vergeving, daarom eert men U met ontzag.
[5] Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar Hem en verlangt naar zijn woord,
[6] mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen.
[7] Israël, hoop op de HEER! Bij de HEER is genade, bij Hem is bevrijding, altijd weer.
[8] Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden.
Psalm 142
1.Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was.
[2] Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om genade,
[3] bij Hem stort ik mijn hart uit, bij Hem klaag ik mijn nood.
[4] Ik ben ten einde raad, U kent de weg die ik moet volgen, U weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt.
[5] Ik kijk om me heen en zie niemand die om mij geeft, nergens een toevlucht voor mij, niemand die hecht aan mijn leven.
[6] Ik roep tot U, HEER: ‘U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land der levenden.’
[7] Hoor mijn noodkreet, ik ben uitgeput en moe, verlos mij van mijn vervolgers, zij zijn sterker dan ik.
[8] Bevrijd mij uit de kerker, dat ik uw naam mag loven in de kring van de rechtvaardigen: U hebt naar mij omgezien.
